RA begint vaak geleidelijk. De symptomen kunnen in het begin subtiel zijn, en veel lijken op die van andere aandoeningen.
De diagnose wordt in eerste instantie gesteld op grond van het typische klachtenpatroon en het verhaal van de patiënt, en op de bevindingen bij lichamelijk onderzoek. De huisarts zal daarbij de pijnlijke gewrichten onderzoeken en links en rechts vergelijken.
Daarnaast zullen vragen gesteld worden zoals
-
Welke gewrichten of gewrichtsgroepen zijn pijnlijk?
-
Wanneer zijn de klachten begonnen en is dit al eens eerder voorgekomen?
-
Is er alleen pijn bij bewegen of ook in rust?
-
Is er ochtendstijfheid die langer dan 1 uur aanhoudt?
De huisarts stelt waarschijnlijk een behandeling met NSAID’s voor. Indien de artritis niet binnen zes tot twaalf weken tot rust komt, wordt een patiënt doorgaans doorverwezen naar een reumatoloog. De reumatoloog stelt weer aanvullend onderzoek voor, waaronder laboratoriumonderzoek. Meestal wordt getest op de aanwezigheid van zgn. reumafactoren in het bloed. Dit zijn antistoffen die bij ca. 80% van de RA-patienten worden aangetroffen. Ook anemie (bloedarmoede), een verhoogde bezinkingssnelheid van de rode bloedcellen en verhoging van de CRP-waarde kunnen wijzen op RA. Röntgenfoto’s kunnen de diagnose ondersteunen, maar zijn vooral nuttig om het verloop van de ziekte in de tijd te volgen.
Er is tot nu toe geen enkel onderzoek dat de diagnose RA onomstotelijk bevestigt. Het vaststellen van RA blijft daarom vooralsnog een kwestie van klinische beoordeling en zorgvuldige afweging van alle beschikbare onderzoeksgegevens.