Lange tijd betekende ‘behandeling’ van RA vooral het bestrijden van de symptomen, met name de pijnklachten. Met de komst van nieuwe geneesmiddelen die niet alleen maar de symptomen onderdrukken maar die daadwerkelijk de activiteit van de ziekte kunnen terugdringen, is de behandeling flink verbeterd. Het doel van de behandeling is hiermee verschoven: van uitsluitend het bestrijden van pijn en andere symptomen van ontsteking, naar het onderdrukken van de ziekte activiteit, waardoor blijvende schade aan de gewrichten voorkomen kan worden. De kwaliteit van leven wordt hierdoor aanzienlijk verbeterd.
Oorspronkelijk werden bij RA vooral zgn. NSAID’s toegepast (Non-Steroid Anti-Inflammatory Drugs), zoals ibuprofen, diclofenac, indometacine, meloxicam en nog vele andere. Deze onderdrukken de aanmaak van prostaglandinen - bepaalde eiwitten die een rol spelen bij het ontstaan van pijn - en hebben daarnaast een koortswerend en ontstekings-remmend effect. Ze kunnen echter maag- en darmklachten geven, die bij hoge dosering en/of langdurig gebruik ernstige vormen kunnen aannemen. Met het oog hierop werden de COX-2-remmers ontwikkeld, zoals etoricoxib en celecoxib, die qua werking vergelijkbaar zijn met de traditionele NSAID’s, maar minder schadelijk voor de maag.
Corticosteroïden, bijvoorbeeld prednison en triamcinolon, zijn middelen die de werking van de lichaamseigen ontstekingsremmer cortison nabootsen. Ze verminderen de zwelling en de pijn als gevolg van de ontsteking, en werken dus ook symptomatisch. Corticosteroïden zijn effectief bij RA maar hebben helaas nogal wat bijwerkingen, zoals hoge bloeddruk, maagdarmproblemen, botontkalking, een toegenomen gevoeligheid voor infecties, suikerziekte, dun worden van de huid en een verandering van de vetverdeling (vollemaansgezicht). Corticosteroïden zijn er als tabletten maar ook in de vorm van zalven en injecties, waarmee een ontstoken gewricht kan worden geïnjecteerd. Bij een plaatselijke toediening hebben corticosteroïden veel minder bijwerkingen. Vaak wordt prednison gebruikt om de ontsteking snel te verminderen en zo de periode waarin de DMARD"s nog moeten gaan werken te overbruggen. Ook wordt prednison vaak gebruikt bij oplevingen van een chronische ontsteking. Een injectie van prednison in de bilspier kan de ontsteking dan snel verminderen.
DMARD’s ('Disease Modifying Anti-Rheumatic Drugs’). Deze geneesmiddelen grijpen in het ziekteproces zelf, doordat ze in staat zijn de aantasting van het kraakbeen en het bot af te remmen.
-
‘Traditionele’ DMARD’s, zoals methotrexaat, azathioprine, leflunomide en cyclosporine, bestaan al een aantal jaren. Het zijn langzaamwerkende ontstekingsremmers die op verschillende manieren werken. Ze remmen bijvoorbeeld de celdeling van ontstekings-cellen, of de aanmaak van ontstekings-eiwitten. Traditionele DMARD’s verminderen de ontsteking en vertragen de gewrichtsschade. Door verschillende middelen met elkaar te combineren, kunnen in principe meerdere schakels uit de ontstekingsreactie worden aangepakt, zodat de ontsteking nog beter kan worden geremd. Toch kunnen traditionele DMARD’s het ontstekingsproces niet volledig tot stilstand brengen. Veel mensen die op deze manier worden behandeld, houden dan ook nog klachten. Veel voorkomende bijwerkingen zijn verhoging van de bloeddruk, maagdarmklachten, ontsteking van het mondslijmvlies, problemen met de lever- en nierfuncties en een verhoogde vatbaarheid voor infecties
-
Nieuw zijn de ‘biologische’ DMARD’s: selectieve remmers van ontstekingseiwitten, waarvan Tumor Necrose Factor alpha (TNF-alpha) de belangrijkste vertegenwoordiger is. Onderzoek heeft inmiddels laten zien dat het gebruik van TNF-alpha-blokkers uiterst effectief is bij RA.
Ondanks alle recente verbeteringen bestaat er nog steeds geen middel dat RA volledig kan genezen. Ook is er geen enkel middel dat bij alle patiënten helpt. Dat betekent dat per patiënt steeds moet worden gezocht naar de meest effectieve behandeling. Tussentijdse verandering of aanpassing is dan ook vaak onvermijdelijk. De behandeling van RA wordt op dit moment in veel gevallen gestart met methotrexaat, mogelijk gecombineerd met andere traditionele DMARD’s. Omdat dit langzaamwerkende geneesmiddelen zijn, wordt in het begin ook nog vaak prednison voorgeschreven. Als iemand onvoldoende reageert op deze traditionele DMARD’s, kan worden overgestapt op een TNF-alpha-blokker.
Indien sprake is van onvoldoende respons op een optimale voorgaande behandeling inclusief behandeling met één of meerdere TNF-alfa blokkerende middelen, komt bij ernstige actieve reumatoïde artritis behandeling met rituximab (B cel therapie) in combinatie met methotrexaat in aanmerking.